Waarom aanpassen voelt als liefde maar je er langzaam op leegloopt
Hanna is 53. Gescheiden, na 22 jaar samen en 18 jaar getrouwd. Drie kinderen, waarvan het oudste uit een eerdere relatie.
Als je haar vraagt hoe het zover heeft kunnen komen, zegt ze: "Ik weet het eigenlijk niet. Het ging gewoon zo."
En dat klopt. Het ging zo. Heel langzaam. In kleine dingen.
Aanpassen als overlevingsstrategie
Ze had heus wel een eigen mening. Maar omdat gedoe voorkomen makkelijker voelde dan er elke keer tegenin gaan, hield ze vaak haar mond.
Ze voelde snel aan wat de ander nodig had. Was alert op stemmingen. Schuifde haar eigen behoeften opzij als het voor de ander niet uitkwam. Zei "geeft niet" als het haar wel wat uitmaakte.
Ze noemde het zelf aanpassen, flexibel zijn. Ik noem het jezelf langzaam laten verdwijnen.
Want dat is wat er gebeurt als je jezelf jarenlang aanpast aan de ander. Je wordt kleiner. Stiller. Onzichtbaarder. Zo geleidelijk dat je het zelf niet doorhebt.
Op een gegeven moment wist Hanna niet meer goed wat ze zelf wilde. Wat ze lekker vond, 'wat wil je eten?' was haar standaard vraag voor het avondeten. Wat voor haar belangrijk was, hing af van wat de ander wilde 'zeg maar wat jij wil'.
Ze had het zo lang niet aan zichzelf gevraagd dat ze het antwoord niet meer kende.
Toen ze het wél probeerde te zeggen
Hanna is er wel eens tegenin gegaan. Haar eigen behoefte benoemd. Een eigen mening gegeven.
Maar dan volgde er een discussie waar ze niet tegen opgewassen was. Haar partner was scherper, sneller, overtuigender. Ze raakte verward, twijfelde aan haar eigen gevoel, vroeg zich af of ze het misschien toch verkeerd zag.
Na een tijdje stopte ze met proberen. Omdat zwijgen minder gedoe gaf. Omdat zwijgen minder pijn deed dan het gevoel van afwijzing.
Zo wordt zwijgen een overlevingsstrategie. En aanpassen een gewoonte.
Waarom aanpassen voelt als liefde
Want het ís ook liefde. Een vorm ervan.
Rekening houden met de ander, ruimte geven, niet altijd je eigen zin doordrijven. Dat zijn geen slechte dingen. In elke relatie geef je soms meer dan je krijgt. En soms is dat andersom.
Maar er is een verschil tussen af en toe geven en jezelf structureel wegcijferen.
Het gaat om balans. Om een gevoel van gelijkwaardigheid. Niet dat alles precies fifty-fifty hoeft te zijn, maar dat de balans goed voelt. Dat jij er ook mag zijn. Dat jouw behoeften ook tellen.
Bij Hanna voelde die balans al lang niet meer goed. Ze deed haar best om de boel bij elkaar te houden. Voor de kinderen. Voor de rust. Omdat ze zich verantwoordelijk voelde voor het geluk van de ander.
"Als hij gelukkig is, ben ik dat ook."
Ze geloofde dat echt. En ze putte zichzelf uit om het waar te maken.
Wat er ondertussen met haar gebeurde
Hanna dacht lange tijd dat het haar overkwam. Dat haar partner nu eenmaal zo was. Dat de situatie nu eenmaal zo liep. Dat een relatie, een jong gezin, nu eenmaal veel inzet vraagt. En zij dit beter kon dragen.
Ondertussen werd ze stiller. En onzekerder. Ze begon te twijfelen aan zichzelf, aan de relatie, aan haar partner. Aan wat ze voelde. Aan wat ze dacht. Aan of het allemaal wel klopte wat ze ervoer.
Ze voelde dat ze vastzat. In een relatie die ze niet meer wilde maar ook niet wist hoe ze eruit moest komen. Te veel op het spel. De kinderen. Het leven dat ze hadden opgebouwd. De angst voor wat er daarna zou komen.
Dus bleef ze. En paste ze zich verder aan.
Het is een patroon. Een patroon dat je ooit hebt geleerd, ergens in je geschiedenis, en dat je sindsdien nooit meer hebt bevraagd.
Het patroon zegt: als ik me aanpas, blijft de verbinding intact. Als ik mezelf wegcijfer, voorkom ik het gedoe. Als ik klein blijf, is er vrede.
Wat het patroon je niet zegt: dat je jezelf daarmee langzaam uitwist. Dat je op een dag in de spiegel kijkt en niet meer precies weet wie je ziet. Dat de vermoeidheid die je voelt niet komt door de drukte, maar door het feit dat je al jaren niet meer jezelf bent.
Regie terugpakken begint niet met de ander
Het begint met zien wat er in jou gebeurt.
Hanna dacht dat de verandering moest komen van buitenaf. Dat haar partner anders moest worden. Dat de omstandigheden moesten veranderen.
Maar de omstandigheden veranderden niet. En haar partner ook niet.
Wat wél veranderde was Hanna zelf, op het moment dat ze begon te zien wat haar eigen aandeel was. Niet in de problemen in haar relatie, maar in hoe ze zichzelf daarin had weggecijferd.
Dat is het moment waarop regie begint. Gewoon met een eerlijke vraag aan jezelf: Wat heb ik jarenlang van mezelf weggelegd om de verbinding te houden, de vrede te bewaren? En wat wil ik daar nu mee?
Het traject met Hanna
Samen met Hanna heb ik gekeken naar wat er onder haar gedrag zat. Niet naar wat haar partner deed of had gedaan. Maar naar wat er in haar was gaan leven. Welke overtuigingen ze op een gegeven moment als waarheid was gaan zien. Waar ze zichzelf klein had gemaakt zonder het door te hebben. Welke angsten daaronder lagen.
Toen Hanna dat begon te zien, veranderde er iets. Niet van de ene dag op de andere. Maar langzaam, stap voor stap, vond ze de weg terug naar zichzelf.
Ik zie Hanna nu weer steviger staan in haar rol als ouder, in vriendschappen, in het leven waarin zij de regie weer voelt.
Herken jij jezelf in Hanna?
In het aanpassen, het gedoe vermijden, het verantwoordelijkheidsgevoel voor de ander?
Je hoeft niet in één keer alles om te gooien. Beginnen met zien wat er gebeurt is een eerste stap.
💜 Wil je begrijpen waar jouw patroon vandaan komt? Bekijk het traject hier.
